Verhalenverteller
Een oud vak, nieuw gereedschap.Iemand vraagt hoe ik schrijf en ik zeg: met AI. Dan zie ik soms een blik. Of een korte stilte. Dus laat ik uitleggen wat dat in mijn geval betekent.
Het begint altijd bij een idee. Een personage dat zich opdringt. Een dorp dat ik in mijn hoofd al door ben gelopen, lang voor er een woord op papier staat. Een toon die ik wil raken. Vanaf daar werk ik. Niet aan een blank scherm met een knipperende cursor, wel in gesprek met een AI die ik sturing geef en weer bijstuur. Ik vertel wat ik wil, ik krijg iets terug, ik zeg waar het mist, en zo komen we ergens. Soms in twee zinnen. Soms na vijftig keer herschrijven.
De verhalen zijn van mij. De visie, de richting, de keuzes. Welk personage er sterft. Wie de speler kan vertrouwen. Welke zin een hoofdstuk afsluit. Dat bedenkt geen model voor mij. Wat AI doet: het structureert, het controleert. Het is een gereedschap dat me het tempo geeft waar ik in mijn eentje te kort kwam.
Of dit dan nog schrijven heet, weet ik niet zeker. Vandaar dat ik het woord schrijver vermijd. Ik noem mezelf verhalenverteller, en ik denk dat dat klopt. Het is passender. De verhalen zitten in mijn hoofd, soms al jaren. Ik wil ze vertellen. Het toeval wil dat ik nu de gereedschappen heb om dat te doen.
Een verhalenverteller is iemand die spreekt bij een kampvuur. De woorden komen uit zijn mond, niet uit zijn pen. En toch is het verhaal van hem. Niemand twijfelt daaraan, niemand vraagt zich af of hij het wel echt zelf vertelt omdat zijn stembanden het werk doen en niet zijn vingers. Het verhaal is van degene die het draagt.
Nu staat het wel geschreven. Op digitaal papier, op platforms die ergens een server hebben, in een vorm die straks bij anderen op een scherm verschijnt. En daar wringt iets, of misschien wringt het juist niet. Misschien is dat alleen maar een moderne vorm van iets heel ouds. Een kampvuur wordt een scherm. De stem wordt tekst. Het verhaal blijft.
Ik ben een verhalenverteller, maar het staat geschreven.